Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.2

Beleid provincie Utrecht

Onderdeel van Nota archeologiebeleid

Ook het archeologisch beleid van de provincie Utrecht is gericht op het behoud in de bodem (in situ) van waardevolle archeologische restanten. Dit beleid is nader uitgewerkt en vastgelegd in het provinciale Cultuurprogramma en in de provinciale Structuurvisie. In twee gevallen wordt geadviseerd archeologisch onderzoek bij ruimtelijke plannen te plegen. In de eerste plaats als bodemingrepen plaatsvinden in ongeroerde grond op terreinen met een vastgestelde archeologische waarde volgens de Archeologische Monumentenkaart (AMK). In de tweede plaats als bodemingrepen plaatsvinden in ongeroerde grond op of gebieden met een hoge of middelhoge verwachtingswaarde volgens de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW). De provincie Utrecht gebruikt de AMK en IKAW bij advisering en beoordeling van / wijziging van bestemmingsplannen en bij het verlenen van ontgrondingvergunningen. In de meeste gevallen is de gemeente bevoegd gezag. Soms is dat de provincie. Dit betreft projecten die gemeentegrenzen overschrijden, de verlening van ontgrondingvergunningen en Milieu Effectraportage-plichtige ingrepen (MER-plichtig). Binnen het huidige bestel zijn de belangrijkste wettelijk taken van de provincie: 1. Advisering, toetsing en vergunningverlening in het kader van Ontgrondingenwet. 2. Aanwijzing van archeologisch waardevolle gebieden op basis van de provinciale Archeologische Monumenten Kaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) met als doel het veiligstellen van archeologische waarden. De provincie heeft hierin de bevoegdheid om archeologische attentiegebieden aan te wijzen wanneer archeologische belangen in (vigerende) bestemmingsplannen (nog) niet voldoende zijn beschermd. Deze attentiegebieden zijn terreinen met archeologische waarden die gemeenten verplicht moeten opnemen in hun bestemmingsplan. 3. Beheren van een provinciaal depot voor bodemvondsten en vergunning verlenen aan gemeenten voor de inrichting van een eigen depot; De provincie Utrecht heeft richtlijnen voor archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek opgesteld. Deze voorschriften zijn bestemd voor zowel overheden, bedrijven, organisaties en particulieren die voornemens zijn archeologisch onderzoek uitvoeren in de provincie Utrecht. Deze richtlijnen dienen ter verduidelijking van en aanvulling op de eisen en specificaties zoals vermeld in de KNA. In de gevallen waarin de provincie Utrecht optreedt als het bevoegd gezag, wordt gekeken of het uitgevoerde archeologisch onderzoek voldoet aan de minimale kwaliteitseisen en zal het onderzoek en bijbehorende rapportage aan de hand van deze Richtlijnen getoetst en beoordeeld worden. Interim regeling ondergrens: Op basis van archeologische en praktische overwegingen heeft de provincie Utrecht besloten om zeer kleine plangebieden – onder voorwaarden - vrij te stellen van archeologisch onderzoek. Voor het vaststellen van een definitief stelsel van ondergrenzen is mogelijk aanvullend onderzoek nodig. Op basis van al uitgevoerd onderzoek is echter besloten tot een interimregeling. Uitgangspunt van dit beleid is dat de vrijstelling alleen geldt voor plangebieden waar alleen archeologische resten verwacht worden, en niet voor gebieden waar deze al zijn vastgesteld of daar al concrete aanwijzingen voor zijn.1 Indien een plangebied kleiner is dan 2500 m2 wordt het vrijgesteld van archeologisch onderzoek, indien het tevens voldoet aan de onderstaande aan de vrijstelling verbonden voorwaarden. Plangebieden kleiner dan 100 m2 zijn vrijgesteld van de verplichting tot archeologisch onderzoek. De vrijstelling is niet van toepassing indien: 1. het plangebied (gedeeltelijk) deel uit maakt van een archeologisch monument volgens de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); 2. het plangebied zich bevindt binnen 250 m van de grens een archeologisch monument volgens de AMK; 3. er concrete aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van archeologische resten op basis van vondstmeldingen of waarnemingen (in ArchisII) uit het plangebied zelf of binnen een straal van 100 m van de grens van het plangebied; 4. het plangebied zich bevindt in een zone met middelhoge of hoge verwachting volgens de Limes-kaart Utrecht (te raadplegen via www.provincie-utrecht.nl/chat); 5. zich een historisch (lijn)element volgens de Cultuurhistorische Hoofd Structuur (CHS) van de provincie Utrecht in het plangebied bevindt dat verstoord zal worden; 6. Het plan en de bodemingrepen een lineair element betreft, zoals bij voorbeeld sleuven voor riolering of kabel&leidingen en te graven sloten/waterwegen. Voor dergelijke ingrepen geldt geen vrijstelling op basis van oppervlakte en dient contact opgenomen te worden met de provinciale archeoloog.

Rechtspraak bij dit artikel