De nabestaanden van een wethouder of van een gewezen dan wel van een gepensioneerde wethouder heeft recht op nabestaandenpensioen.
Geen recht op nabestaandenpensioen bestaat indien het huwelijk was gesloten nadat het aftreden van de echtgenoot was ingegaan, tenzij:
de echtgenoot ten tijde van het sluiten van het huwelijk recht had op een uitkering ter zake van zijn aftreden als wethouder, of
de echtgenoten reeds voor het aftreden met elkaar gehuwd waren geweest dan wel de nabestaande door de echtgenoot aangemeld was geweest en mits het huwelijk was gesloten voordat deze de 65-jarige leeftijd had bereikt.
Voor de toepassing van het vorige lid wordt het aftreden geacht niet te hebben plaatsgevonden, indien zonder wezenlijke onderbreking een politiek ambt als bedoeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers is aanvaard.
Een onderbreking van ten hoogste twee maanden wordt als niet-wezenlijk aangemerkt.
4.De raad kan beslissen dat een onderbreking van meer dan twee maanden als niet-wezenlijk wordt aangemerkt.
HOOFDSTUK III › Paragraaf 1
Artikel 24
Nabestaandenpensioen
Onderdeel van Uitkering- en pensioenverordening gewezen wethouders Oss