1. 1. Deze verordening is niet van toepassing op:
    • - wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden die bestaan uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
    • - fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
    • - fijnsparren en andere naaldbomen, c.q. conifeeropstanden, niet meer dan 12 jaar na aanplant, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in bijzonder bestemde terreinen;
    • - kweekgoed, snij- en siergroen.
  2. 2. Deze verordening is
    • - verder niet van toepassing op bossen en andere houtopstanden die deel uitmaken van bosbouwondernemingen (die als zodanig bij het Bosschap geregistreerd staan) en niet gelegen zijn binnen de bebouwde kom.
    • - wel van toepassing op houtopstanden die een zelfstandige eenheid vormen en kleiner zijn dan 1000 m2 of, als er sprake is van een rijbeplanting die minder dan 20 bomen bevat.