Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7.

Achterwege blijven van onderzoek

Onderdeel van Klachtreglement

1.. De commissie is niet bevoegd een onderzoek in te stellen of voort te zetten: indien de aangelegenheid behoort tot het algemeen gemeentebeleid; betreffende algemeen verbindende voorschriften; zolang ten aanzien van de gedraging een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening openstaat of ingevolge een zodanige voorziening een procedure aanhangig is; zolang ten aanzien van de gedraging, anders dan ingevolge een wettelijke geregelde administratiefrechtelijke voorziening, een procedure bij een rechterlijke instantie aanhangig is dan wel beroep openstaat tegen een uitspraak die in een zodanige procedure is gedaan; indien ten aanzien van de gedraging ingevolge een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening door een rechterlijke instantie uitspraak is gedaan. 2.. De commissie is niet verplicht een onderzoek in te stellen of (voorlopig) voort te zetten indien: op het moment van de indiening een jaar is verstreken na de gedraging en klager niet kan aantonen dat hij de klacht heeft ingediend zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden; de klacht kennelijk ongegrond is; het belang van de klager of het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is; de klager een ander is dan degene jegens wie de gedraging heeft plaatsgevonden; over de klacht en/of gedraging door de commissie reeds een oordeel is uitgesproken; ten aanzien van de gedraging voor de klager een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening heeft opengestaan en hij daarvan geen gebruik heeft gemaakt; ten aanzien van de gedraging anders dan ingevolge een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening door een rechterlijke instantie uitspraak is gedaan; zolang ten aanzien van een handeling die nauw samenhangt met het onderwerp van de klacht een procedure aanhangig is bij een rechterlijke instantie dan wel ingevolge een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening bij een andere instantie dan wel ingevolge een gemeentelijke verordening bij een gemeentelijke orgaan of een gemeentelijke functionaris; zolang ten aanzien van de gedraging of een handeling die nauw samenhangt met het onderwerp van de klacht een procedure in het kader van de opsporing van strafbare feiten aanhangig is. 3.. Indien de commissie op grond van de vorige leden geen of geen verder onderzoek instelt, adviseert zij de directeur daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling te doen aan de klager en de ambtenaar waarop de klacht betrekking heeft, onder vermelding van de redenen. 4.. Bij de in het vorige lid bedoelde mededeling van de directeur wordt de klager zoveel mogelijk doorverwezen naar rechterlijke instanties of beroepsinstanties, dan wel instellingen voor maatschappelijke hulpverlening of andere daarvoor in aanmerking komende instanties.

Rechtspraak bij dit artikel