**1..** Een commissie bestaat uit tenminste drie en ten hoogste vijf leden. Bestaat de commissie uit vier of vijf leden, dan benoemen burgemeester en wethouders een van deze leden tot voorzitter.
**2..** De leden worden door het college voor een termijn ten hoogste twee jaar benoemd. Zij kunnen eenmaal voor een aaneensluitende periode van twee jaar worden herbenoemd.
**3..** De leden hebben op persoonlijke titel zitting in een commissie. Zij zijn onafhankelijk van de instellingen, organisaties en andere aanvragers van wie zij verzoeken om projectsubsidies beoordelen.
**4..** De leden van een commissie zijn deskundig op een of meer terreinen van advisering van die commissie. Bij de samenstelling van de commissie wordt ernaar gestreefd dat de gezamenlijke deskundigheid van de leden zoveel mogelijk het gehele adviesterrein bestrijkt en daarbinnen zo evenwichtig mogelijk verdeeld is.
**5..** Een commissie kan zich ad-hoc laten bijstaan door externe deskundigen, indien naar het oordeel van de commissie de beoordeling van bepaalde subsidieaanvragen een specifieke deskundigheid vergt die niet of niet voldoende bij de leden van die commissie aanwezig is.
**6..** Een commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris van Afdeling Kunst en Cultuur van de Dienst Onderwijs, Cultuur, Welzijn en Sport. De ambtelijk secretaris heeft geen stemrecht bij de beoordeling van en advisering over subsidieaanvragen.
**7..** De leden kunnen te allen tijde een ontslag op eigen verzoek indienen.
**8..** De leden 1 tot en met 7 van dit artikel zijn niet van toepassing op de Adviescommissie Cultuureducatie.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Samenstelling en benoeming
Onderdeel van Regeling adviescommissies cultuursubsidies