1.De aanvrager doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van
alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de loonkostensubsidie.
De aanvrager kan aanspraak maken op de loonkostensubsidie als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
de arbeidsovereenkomst heeft een looptijd van minimaal 12 maanden;
de werknemer is gedurende de genoemde minimale contractduur werkzaam bij de aanvrager (art.7:610 BW);
de werknemer ontvangt loon voor arbeid (art 7: 610 BW);
de werknemer en de aanvrager ondertekenen beide een op schrift gestelde arbeidsovereenkomst waarin alle voorwaarden rondom de arbeidsrelatie zijn vastgelegd.
De loonkostensubsidie wordt aangevraagd vóórhet aangaan van de arbeidsovereenkomst. Aanvragen van een latere datum worden buiten behandeling gelaten.
De aanvrager stelt de aanvraag op schrift, via het daarvoor bestemde aanvraagformulier.
Voordat een aanvraag in behandeling wordt genomen, dient een door de aanvrager en de werknemer ondertekende arbeidsovereenkomst te worden overlegd.
Voordat tot betaling van loonkostensubsidie wordt overgegaan, als bedoeld in de leden 7, 8 en 9 van het vorige artikel, dient de aanvrager het volgende te overleggen: een kopie van de loonstrook over de 2e de 12e en, indien van toepassing, de 18e maand van de arbeidsovereenkomst;
Aan een loonkostensubsidie op grond van de lid 11 van het vorige artikel is de voorwaarde
gekoppeld tot het insturen van een kopie van de loonstaat, opgemaakt aan het einde van het betreffende kalenderjaar.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Verplichtingen van de aanvrager
Onderdeel van Beleidsregel aanvulling loonwaarde 2011