**1..** Om de toeleiding naar de (reguliere) arbeidsmarkt te bevorderen kan het College bijdragen in de loonkosten ter beschikking stellen, ten behoeve van additionele werkgelegenheid. Tevens kan het College ermee instemmen dat WWB-gerechtigden gedurende een nader te bepalen periode met behoud van hun uitkering werk verrichten zonder daarvoor een beloning te ontvangen.
**2..** Het college kan aan uitkeringsgerechtigden die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de wet, tweede lid, onderdeel j van de wet, een premie verstrekken.
**3..** Het recht op een premie als bedoeld in het tweede lid wordt elke zes maanden beoordeeld.
**4..** De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.
**5..** Indien de belanghebbende 12 maanden of meer additionele werkzaamheden heeft verricht wordt van degene in opdracht van wie hij deze werkzaamheden uitvoert een halfjaarlijkse bijdrage verlangd. De bijdrage bedraagt 50% van de in het tweede lid bedoelde premie. De bijdrage wordt enkel verlangd voor zover aan de belanghebbende de premie bedoeld in het tweede lid is uitgekeerd.
**6..** Een WWB-gerechtigde komt alleen in aanmerking voor additionele arbeid als dat in het re-integratieplan is benoemd. Additionele arbeid, zowel met als zonder beloning, kan verplichtend worden opgelegd.