Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8.

Additionele arbeid

Onderdeel van Verordening re-integratie en participatie

1.. Om de toeleiding naar de (reguliere) arbeidsmarkt te bevorderen kan het College bijdragen in de loonkosten ter beschikking stellen, ten behoeve van additionele werkgelegenheid. Tevens kan het College ermee instemmen dat WWB-gerechtigden gedurende een nader te bepalen periode met behoud van hun uitkering werk verrichten zonder daarvoor een beloning te ontvangen. 2.. Het college kan aan uitkeringsgerechtigden die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de wet, tweede lid, onderdeel j van de wet, een premie verstrekken. 3.. Het recht op een premie als bedoeld in het tweede lid wordt elke zes maanden beoordeeld. 4.. De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. 5.. Indien de belanghebbende 12 maanden of meer additionele werkzaamheden heeft verricht wordt van degene in opdracht van wie hij deze werkzaamheden uitvoert een halfjaarlijkse bijdrage verlangd. De bijdrage bedraagt 50% van de in het tweede lid bedoelde premie. De bijdrage wordt enkel verlangd voor zover aan de belanghebbende de premie bedoeld in het tweede lid is uitgekeerd. 6.. Een WWB-gerechtigde komt alleen in aanmerking voor additionele arbeid als dat in het re-integratieplan is benoemd. Additionele arbeid, zowel met als zonder beloning, kan verplichtend worden opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel