Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Vaststelling hoogte bestuurlijke boetes bij herhaling van de overtreding

Onderdeel van Verordening inburgering gemeente Dinkelland 2011

1.. a. De bestuurlijke boete voor overtredingen als bedoeld in artikel 13, eerste lid van deze verordening bedraagt twintig procent van de voor de inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van één maand, indien de inburgeringsplichtige, of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. b. De bestuurlijke boete op grond van dit lid bedraagt per overtreding maximaal het in artikel 34, aanhef en onder a. van de wet vermelde bedrag. 2.. a. De bestuurlijke boete voor overtredingen als bedoeld in artikel 13, tweede lid van deze verordening bedraagt veertig procent van de voor de inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van één maand, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. b. De bestuurlijke boete op grond van dit lid bedraagt per overtreding maximaal het in artikel 34, aanhef en onder b. van de wet vermelde bedrag. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt per overtreding het in artikel 34, aanhef en onder d. van de wet vermelde bedrag indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijnen het inburgeringsexamen heeft behaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel