**1..** a. De bestuurlijke boete voor overtredingen als bedoeld in artikel
13, eerste lid van deze verordening bedraagt twintig procent van de
voor de inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de
duur van één maand, indien de inburgeringsplichtige, of de persoon
ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden
dat deze inburgeringsplichtig is, zich binnen twaalf maanden na de
vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig
maakt aan dezelfde overtreding.
b. De bestuurlijke boete op grond van dit lid bedraagt per
overtreding maximaal het in artikel 34, aanhef en onder a. van de
wet vermelde bedrag.
**2..** a. De bestuurlijke boete voor overtredingen als bedoeld in artikel
13, tweede lid van deze verordening bedraagt veertig procent van de
voor de inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de
duur van één maand, indien de inburgeringsplichtige zich binnen
twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding
opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
b. De bestuurlijke boete op grond van dit lid bedraagt per
overtreding maximaal het in artikel 34, aanhef en onder b. van de
wet vermelde bedrag.
**3..** De bestuurlijke boete bedraagt per overtreding het in artikel 34,
aanhef en onder d. van de wet vermelde bedrag indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijnen het
inburgeringsexamen heeft behaald.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Vaststelling hoogte bestuurlijke boetes bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening inburgering gemeente Dinkelland 2011