**1..** De bestuurlijke boete bedraagt voor de duur van één maand tien
procent van de bijstandsnorm zoals deze voor de
inburgeringsplichtige geldt of zou gelden, als de
inburgeringsplichtige belanghebbende in de zin van de Wet werk en
bijstand zou zijn, indien de inburgeringsplichtige, of de persoon
ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden
dat deze inburgeringsplichtig is, geen of onvoldoende medewerking
verleent aan het onderzoek als bedoeld in artikel 25, vierde lid van
de wet.
De bestuurlijke boete op grond van dit lid bedraagt per overtreding
maximaal het in artikel 34, aanhef en onder a. van de wet vermelde
bedrag.
**2..** a. De bestuurlijke boete bedraagt twintig procent van de voor de
inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van
één maand, indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
voorziening als bedoeld in artikel 23, eerste lid van de wet of aan
de verplichtingen als bedoeld in artikel 9 van deze
verordening.
b. De bestuurlijke boete op grond van dit lid bedraagt per
overtreding maximaal het in artikel 34, aanhef en onder b. van de
wet vermelde bedrag.
**3..** a. De bestuurlijke boete bedraagt veertig procent van de voor de
inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van
één maand, indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel
7, eerste lid van de wet bedoelde termijn of niet binnen de door het
college op grond van artikel 31, tweede lid, onder a. en b. van de
wet verlengde termijnen het inburgeringsexamen heeft behaald.
b. De bestuurlijke boete op grond van dit lid bedraagt per
overtreding maximaal het in artikel 34, aanhef en onder c. van de
wet vermelde bedrag.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Vaststelling hoogte bestuurlijke boetes
Onderdeel van Verordening inburgering gemeente Dinkelland 2011