Naar hoofdinhoud

Artikel 19.

Vergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening 2011 Stichtse Vecht

1.. Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht te beschadigen of te vernielen. 2.. Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a.. bouwwerken af te breken, te verstoren, te plaatsen, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b.. bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, waardoor het stads- of dorpsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht. c.. onroerende zaken, geen bouwwerken zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bomen, erfafscheidingen -niet zijnde een bouwwerk- en straatmeubilair te wijzigen. 3.. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. 4.. Vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede lid, worden geweigerd indien een vergunning kan worden verleend voor een in plaats van het te slopen bouwwerk nieuw op te richten bouwwerk, maar deze nog niet is aangevraagd. 5.. Vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede lid, worden aangehouden indien de vergunning voor een in plaats van het te slopen bouwwerk nieuw op te richten bouwwerk is aangevraagd, maar op die aanvraag nog niet is beslist. De aanhouding duurt totdat onherroepelijk op die aanvraag is beslist. 6.. Aan de vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede lid, voorwaarden met betrekking tot bouwhistorisch of archeologisch onderzoek worden verbonden. 7.. Op het verlenen van een vergunning in een beschermd stads- en dorpsgezicht zijn de artikelen 11 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel