Een woonvoorziening is erop gericht de beperkingen die iemand in het normale gebruik van de woning ondervindt te compenseren. Het begrip ‘normale gebruik van de woning’ houdt in dat mensen de normale (elementaire) woonfuncties moeten kunnen verrichten, zoals slapen, eten, lichaamsreiniging, het doen van essentiële huishoudelijke werkzaamheden, horizontale en verticale verplaatsingen binnen de woning, toegang tot de woning, de verzorging van kinderen.
Bij woonvoorzieningen worden een aantal algemene voorwaarden gehanteerd waarvan de definities terug te vinden zijn in de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Verordening maatschappelijke ondersteuning: 1. De voorziening is in overwegende mate op het individu gericht.
2. De voorziening is langdurig noodzakelijk.
3. De voorziening kan, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate
voorziening worden aangemerkt.
4. De voorziening is niet voor een persoon als aanvrager algemeen gebruikelijk.
5. Er bestaat geen aanspraak op de voorziening op grond van enig andere wettelijke regeling.
6. De ondervonden ergonomische beperkingen vloeien niet voort uit de aard van de in de
woning gebruikte materialen.
7. Met het treffen van de voorziening is niet gestart voordat op de aanvraag is beschikt.
8. De aanvrager verblijft niet in of verhuist niet naar een Awbz-inrichting. (tenzij het gaat om het
bezoekbaar maken van een woning).
9. Het betreft een zelfstandige woonruimte in Losser.
10. De aanvrager verstrekt die gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de
aanvraag en laat zich (als hierom gevraagd wordt)bevragen en/of onderzoeken.
11. De aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of is een vreemdeling die rechtmatig verblijf
in Nederland houdt. Bij een verzoek tot woningaanpassing ligt het primaat bij een financiële tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten. Het beleid is er op gericht zo goed mogelijk gebruik te maken van de voorraad aangepaste woningen en de aanpassingskosten zoveel mogelijk te beperken.
In de eerste plaats dient bekeken te worden wat de kosten van de aanpassing zullen zijn.
Indien het dure woningaanpassingen betreffen (grens ligt op € 7.500,--) dient met het primaat als volgt te worden omgegaan: 1. Afzetten van de aanpassingskosten van de huidige woonruimte tegen:
- De verhuiskostenvergoeding voor de aanvrager.
- Het eventueel aanpassen van de nieuwe woning.
- Het eventueel op verzoek van de gemeente vrijmaken van de beoogde aangepaste woning (vergoeding aan achterblijvende gezinsleden na verbreken van band aanvrager-woning).
- Een eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving; 2. De sociale omstandigheden:
- De mantelzorg die door de verhuizing wegvalt.
- De afstand tot verschillende voorzieningen (winkels, ziekenhuis, bushalte e.d.).
- Een opgebouwd sociaal netwerk; 3. Integrale afweging van verschillende Wmo-voorzieningen (m.n. vervoersvoorzieningen) 4. Werksituatie, vooral de afstand tot het werk; 5. Woonlastenconsequenties van de verschillende opties. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de capaciteit van aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien; 6. De noodzaak om een probleem snel op te lossen; 7. De bereidheid van de aanvrager om te verhuizen. Als tot de conclusie wordt gekomen dat
verhuizen geen optie is kan de woningaanpassing worden toegekend.
Indien een verhuizing wel tot de mogelijkheden behoort wordt de aanvrager schriftelijk (dit is dan een besluit) verteld dat het primaat van verhuizing aan de orde is. De aanvrager zal dan, waar mogelijk met behulp van de gemeente, op zoek moeten naar een aangepaste of beter aanpasbare woning. Hierbij dient als volgt te worden gehandeld:
- De aanvrager dient zich in te schrijven bij woningbouwverenigingen.
- Hij/zij werkt actief mee aan het vinden van woonruimte en gaat, eventueel na overleg met de gemeente, in op aanbiedingen.
- Indien een aanvrager een redelijk aanbod weigert, wordt het verzoek tot woning-aanpassing afgewezen.
- Indien tijdelijke maatregelen in de huidige woning noodzakelijk zijn, zal bekeken worden of die getroffen kunnen worden hetzij door inzet van artikelen uit de Thuiszorgwinkel, hetzij door bruikleenvoorzieningen door de gemeente.
- De aanvrager dient 12 maanden actief te zoeken naar andere woonruimte.
- De wmo-consulent zal proberen om waar mogelijk te bemiddelen bij de woningstichting om aan passende woonruimte te komen.
- Indien het niet lukt om binnen de genoemde termijn een geschikte woning te vinden zal alsnog een woningaanpassing worden toegekend. Tijdens de wachttijd kan al wel de procedure voor de woningaanpassing in gang worden gezet. Indien, afhankelijk van de omstandigheden, een woningaanpassing toch sneller gerealiseerd moet worden, kan de wachttijd worden bekort. Een toegekende woningaanpassing kan altijd worden herzien
- Als een geschikte woonruimte beschikbaar komt en nog niet daadwerkelijk met de bouwactiviteiten is gestart, kan afgezien worden van de woningaanpassing. Al gemaakte kosten worden vergoed.
- Als een woning niet aanpasbaar is, zal verhuizing altijd aan de orde zijn.
- Als een aanvrager verhuist van een adequate naar een inadequate woning kan hij niet voor een nieuwe woningaanpassing in aanmerking komen. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden voor kleine aanpassingen in situaties waarin de verhuizing op grond van leeftijd of sociale omstandigheden gewenst of gebruikelijk is.
Hierbij valt te denken aan ouderen die van een aangepaste woning verhuizen naar bijv. een aanleunwoning of jongeren die het ouderlijk huis verlaten om zelfstandig te gaan wonen. Aanpassingen kunnen dan getroffen worden tot € 1000,00.
- Indien jongeren een nieuwe levensfase starten is een duurdere woningaanpassing wel mogelijk onder de volgende voorwaarden:
1. de verwachte nieuwe woonsituatie moet bestendig lijken;
2. indien er sprake is van een huurwoning moet bekeken zijn of de aanvrager wel de meest aangewezen persoon is om te verhuizen (te denken valt aan een verhuizing van de ouders).
In beide situaties komen aanvragers niet voor een verhuiskostenvergoeding in aanmerking. De financiële tegemoetkoming voor de woningaanpassing wordt pas definitief vastgesteld en uitbetaald indien de aanpassing is gereed gemeld en de originele rekeningen zijn overgelegd. De aanpassing kan op een juiste uitvoering worden gecontroleerd. De financiële tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de woningeigenaar of diegene die hij voor ontvangst gemachtigd heeft.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Algemene uitgangspunten
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen gemeente Losser 2011