Naast de in 4.1 aangegeven algemene uitgangspunten en het feit, dat in de Verordening het primaat van verhuizing is vastgelegd, volgen hieronder nog een aantal aandachtspunten indien tot de conclusie wordt gekomen, dat verhuizing de goedkoopst adequate oplossing is voor het woonprobleem van de aanvrager: 1. De verhuizing mag pas plaatsvinden nadat hiertoe door Burgemeester en Wethouders toestemming is verleend.
2. De aanvrager verhuist vanuit en naar een woonruimte die geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden.
3. De aanvrager gaat niet voor het eerst zelfstandig wonen.
4. De aanvrager verhuist niet naar een AWBZ-inrichting.
5. In de te verlaten woonruimte worden ergonomische beperkingen ondervonden, tenzij het een verhuizing naar een ADL-woning betreft.
6. De verhuizing zou ook zonder handicap op grond van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie, als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Hierbij valt te denken aan situaties dat iemand verhuist naar een aanleunwoning of een (service)flat en dat als een logische stap kan worden beschouwd in zijn levensfase.
7. Een verhuis- en inrichtingskostenvergoeding kan gecombineerd worden met andere woonvoorzieningen zoals een woningaanpassing of een woonvoorziening van niet bouwkundige en woontechnische aard.
8. De uitbetaling vindt pas plaats als de aanvrager een schriftelijk bewijs kan overleggen dat hij/zij het nieuwe huurcontract heeft getekend en/of is ingeschreven in het bevolkingsregister op zijn/haar nieuwe adres.
9. De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten is vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Losser.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Verhuizing en inrichting
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen gemeente Losser 2011