1. Onder het begrip administratieve organisatie wordt in deze verordening verstaan het complex van organisatorische maatregelen, dat gericht is op het tot stand brengen en het in stand houden van de materiële waarden in de organisatie alsmede op een goede werking van de financiële administratie.
2. De opzet en de werking van de administratieve organisatie dienen zodanig te zijn dat deze dienstbaar is aan en waarborgen verschaffen voor de tijdigheid, de betrouwbaarheid en de toereikendheid van de informatie die wordt verstrekt.
3. Bij de inrichting van de administratieve organisatie dient een logische en adequate scheiding van taken, functies en bevoegdheden te worden gecreëerd, zodanig dat de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie is gewaarborgd.
Paragraaf 1
Artikel 3
Inrichting administratieve organisatie
Onderdeel van Verordening op de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden