1. In de begroting worden de per beleidsterrein door de gemeenteraad, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, de onderscheiden budgetten vastgesteld.
2. Een budget geeft per beleidsterrein de toegestane ruimte aan voor wat betreft de kosten die mogen worden gemaakt alsmede het verwachtingspatroon voor wat betreft de inkomsten die moeten worden gerealiseerd.
3. Het college van burgemeester en wethouders mandateert, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde budgetruimte, de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen, het doen van uitgaven en het realiseren van inkomsten aan het hoofd van de afdeling c.q. stafbureau, waaronder het betreffende beleidsterrein ressorteert, door toewijzing van de posten uit de begroting.Het hoofd van de afdeling c.q. stafbureau is in deze zin budgethouder te noemen.
4. Binnen de aan hem verstrekte delegaties c.q. mandaten initieert de budgethouder zaken die tot zijn beleidsveld kunnen worden gerekend en adviseert hierover gevraagd of ongevraagd de bestuursorganen en/of andere afdelingen of stafbureau’s.5. De budgethouder is verantwoordelijk voor een voortdurende bewaking van de gerealiseerde uitgaven en inkomsten in relatie tot het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde budget alsmede een bewaking van de toereikendheid van het budget en informeert het college van burgemeester en wethouders via het hoofd van de afdeling Middelen hierover gevraagd of ongevraagd. Indiende budgetruimte ontoereikend is mogen geen uitgaven plaatsvinden, alvorens de gemeenteraad besluit tot aanpassing van het budget.
6. Niet alleen ten aanzien van de financiële aspecten maar ook met betrekking tot in begrotingen of jaarplannen vastgelegde activiteiten en eventueel daaraan gekoppelde prestatiegegevens dient een voortdurende bewaking van realisatie versus planning plaats te vinden door de budgethouder. Ook hieromtrent adviseert de budgethouder het college van burgemeester en wethouders via het hoofd van de afdeling Middelen.
7. De budgethouder is verplicht zorg te dragen dat aan het college van burgemeester en wethouder tijdig de nodige voorstellen tot wijziging van de begrotingen en meerjarenramingen worden ingediend, indien de noodzaak daartoe zich voordoet.8. Als blijkt dat taken niet binnen het gestelde budget kunnen worden uitgevoerd, kan het college van burgemeester en wethouders binnen de beheersbegroting per beleidsterrein de budgetten wijzigen. Is op dat beleidsterrein geen mogelijkheid tot verschuiving aanwezig, dan dient een voorstel tot wijziging van de beleidsbegroting aan de gemeenteraad te worden voorgelegd.
9. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere instructies geven met betrekking tot het uitvoeren van het budgetbeheer.
Paragraaf 3
Artikel 8
Budgetbeheer
Onderdeel van Verordening op de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden