Naar hoofdinhoud
1. Onder treasury-beleid in de zin van deze verordening worden verstaan alle handelingen die gericht zijn op de optimale financiering van de gemeentelijke activiteiten alsmede het optimaal beleggen van gemeentelijke gelden. 2. Onverminderd de verantwoordelijkheid van het hoofd van de afdeling Middelen is de kassier verantwoordelijk voor het voeren van een behoorlijke treasurybeleid alsmede het adviseren van het college van burgemeester en wethouders terzake. 3. De in het vorige lid genoemde verantwoordelijkheid komt op de volgende wijze tot uitdrukking: a. de administrateur draagt zorg voor het aantrekken van de benodigdegeldmiddelen ter financiering van de exploitatie- en kapitaaluitgaven; b. de administrateur is belast met het cash-management van de gemeente en kan uit dien hoofde, onder goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders, richtlijnen verstrekken ten aanzien van (de bewaking van) het innen van vorderingen en het doen van betalingen, voorzover deze activiteiten niet onder zijn directe verantwoordelijkheid worden uitgevoerd; c. de administrateur draagt voorts zorg voor een optimale belegging van tijdelijke overtollige liquide middelen van de gemeente.4. Onder het treasury-beleid in de zin van deze verordening valt ook het bewaren van gemeentelijke reserves en voorzieningen. Ten aanzien hiervan worden in deze verordening onderstaande nadere regels gesteld: a. vorming van een reserve en/of voorziening kan slechts geschieden bij besluit van de gemeenteraad op voorstel van het college vanburgemeester en wethouders; b. het beheer van de door de gemeenteraad ingestelde reserves en voorzieningen geschiedt op aanwijzing van het college vanburgemeester en wethouders door het hoofd van de afdelingen en/of stafbureau’s; c. reserves en voorzieningen met een algemene financieringsfunctie dan wel dienende ter dekking van algemeen financiële risico’s worden beheerd door het hoofd van de afdeling Middelen; d. indien een reserve of voorziening tot het taakveld van meerdere afdelingen c.q. stafbureau’s behoort, geschiedt het beheer in overlegtussen de betreffende hoofden. In die gevallen waar geen overeenstemming wordt bereikt, beslist het college van burgemeesteren wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel