Iedere kas is gebonden aan een maximum saldo, zoals vastgelegd in de kashoudersverklaring.
Door storting bij de centrale kas of op een van de bankrekeningen van de gemeente houdt de kashouder het saldo onder het toegestane maximum.
Als de kashouder gedurende kortere of langere tijd afwezig is, dient het kasgeld op een passende wijze te worden bewaard (bijvoorbeeld geldkist, afgesloten kast of kluis).
Als de kashouder de kas overdraagt aan de vervangend kashouder of andersom dan dient vastgesteld te worden dat de aanwezige gelden op moment van overdracht overeenstemmen met de waarde volgens de kasstaat of het kasboek.