Elke dienst is zelf verantwoordelijk voor de naleving van de richtlijnen rondom het contante geldverkeer.
Los van de eigen verantwoordelijkheid van de diensten coördineert de centrale kashouder het contante geldverkeer concernbreed en houdt hij toezicht op de naleving van de richtlijnen.
De taak van de kashouder bestaat uit het in ontvangst nemen van en bewaren van de hem/haar toevertrouwde kasgelden en waardepapieren.
De kashouder is slechts gemachtigd tot het doen van betalingen en/of ontvangen van gelden voor zover genoemd in de door hem ondertekende kashoudersverklaring.
Alle ontvangsten en uitgaven dienen direct te worden geadministreerd door de kashouder.
De kashouder zendt minimaal een keer per maand een verantwoording van de kas naar de Centrale Kashouder.
De verantwoording bevat:
Het kassaldo aan het begin van de nieuwe periode;
De ontvangsten met bijbehorende kopiekwitanties of uitdraai van het kasregister;
De uitgaven met bijbehorende nota’s (indien van toepassing);
Het kassaldo aan het eind van de periode.
Het geconstateerd kasverschil, indien van toepassing.
Bij de balies van het Klantcontactcentrum (KCC) worden de dagopbrengsten dagelijks door de kashouders verantwoord bij de hoofdkassier van het KCC.
De dienstcontrollers stellen zonodig aanvullende richtlijnen voor het functioneren van kashouders vast.