Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 10

Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

Onderdeel van Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009

1.. Het is de gebruiker van een perceel voor wie krachtens artikel 4, tweede lid, voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via het daartoe aangewezen inzamelmiddel of inzamelvoorziening of brengdepot. 2.. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid, is bestemd. 3.. Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel. 4.. Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden. 5.. het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden. 6.. het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald. Toelichting Wettelijke plicht brengdepots Op grond van artikel 10.27 Wm is een gemeente in een aantal gevallen verplicht om op tenminste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente (of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt) een brengdepot te realiseren. Het gaat om de gevallen waarin de raad op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder a, b en c, Wm afwijkt van artikel 10.21 Wm: inzameling nabij elk perceel, inzameling met een bij verordening aangegeven regelmaat en uitsluiting van inzameling op een deel van het grondgebied van de gemeente. Eerste lid Het eerste lid betreft het verbod om categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de inzamelvoorziening. Bij inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel kan worden gedacht aan vaste inzamelmiddelen, zoals minicontainers, duobakken, afvalemmers, kratjes, kca-boxen en dergelijke, maar ook aan gemeentelijke huisvuilzakken of plastic folie waarin asbesthoudend afval moet worden verpakt. De inzamelmiddelen kunnen al dan niet van gemeentewege worden verstrekt. Tweede lid Het tweede lid betreft een verbod om andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via een inzamelmiddel of inzamelvoorziening die voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstof is aangewezen. Vijfde lid De mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen aanbieden zonder inzamelmiddel of -voorziening (bij het perceel of op een ander inzamelniveau) is vooral van belang voor grof huisvuil of grof tuinafval. Uitvoeringsbesluiten Artikel 10 biedt de basis tot het stellen van diverse regels die relevant zijn voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Deze regels kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op: maximale gewicht maximaal aantal aan te bieden inzamelmiddelen voorwaarden voor gebruik van inzamelmiddelen eisen aan inzamelmiddel regels voor het gebruik van inzamelvoorzieningen op wijkniveau regels ten aanzien van het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij het brengdepot op lokaal of regionaal niveau In het onderstaande wordt (niet uitputtend) aangegeven welke regels door het college kunnen worden gesteld. Uitvoeringsbesluiten op grond van het derde lid: gebruik inzamelmiddel Voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt Op grond van dit lid kan het college regels stellen over voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt. Gedacht kan worden aan de juridische basis van de verstrekking (bijvoorbeeld bruikleenovereenkomst), regels in geval van verhuizing van een gebruiker van een perceel, aansprakelijkheid voor de schade of verdwijning van het verstrekte inzamelmiddel. Gebruik en reiniging van het verstrekte inzamelmiddel Met betrekking tot het gebruik van vaste inzamelmiddelen kunnen bijvoorbeeld regels worden gesteld rond het aanbrengen van veranderingen aan de container. Dit kan in het bijzonder relevant zijn wanneer de gemeente ook met herkenningssystemen voor individuele containers werkt. Daarnaast kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een verbod op het deponeren van hete vloeistoffen in de container. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel in het belang van de doelmatige verwijdering (voorkomen dat afval in de container blijft plakken) regelmatig wordt gereinigd. De burger kan dit eventueel uitbesteden, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de naleving van de regels gesteld krachtens de verordening Uitvoeringsbesluiten op grond van het vierde lid: Plaats en wijze van aanbieden Plaats van aanbieden. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel op de krachtens artikel 11vastgestelde inzameldag langs de inzamelroute op de weg kan worden geplaatst, eventueel uit te breiden met nadere aanwijzingen voor een specifiek verzamelpunt voor het plaatsen van de inzamelmiddelen. Dit kan gebeuren vanuit oogpunt van verkeersveiligheid, maar bijvoorbeeld ook om redenen van doelmatige inzameling en arbeidsbelasting. In artikel 10.26 Wm (‘inzameling nabij de percelen’) is hiervoor uitdrukkelijk de bevoegdheid gecreëerd. Voorgeschreven kan worden dat bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen (met name klein chemisch afval) niet op de weg mogen worden geplaatst, maar persoonlijk moeten worden aangeboden aan de inzamelaar. Verder kan worden bepaald dat het inzamelmiddel zodanig op de weg moet worden geplaatst dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen. Wijze van aanbieden. Gedacht kan worden aan de volgende regels: het inzamelmiddel dient goed gesloten te zijn; er mag geen sprake zijn van uitsteeksels, die kunnen leiden tot verwondingen of het scheuren van de huisvuilzak. Maximaal gewicht en maximaal aantal inzamelmiddelen per keer. Het maximaal toelaatbare gewicht zal onder meer samenhangen met de wijze van inzameling, de toelaatbare arbeidsbelasting van de huisvuilbeladers, het gebruikte inzamelvoertuig. Behalve een beperking aan het gewicht per inzamelmiddel kan ook een beperking worden opgelegd naar aantal inzamelmiddelen dat per keer mag worden aangeboden. Er kan op dit punt een koppeling worden gelegd met de tarieven in de belastingverordening. Overigens moet daarbij wel worden gelet op de handhaafbaarheid van de bepaling. Regels ten aanzien van het gebruik van inzamelvoorzieningen: Regels die door het college kunnen worden gesteld ten aanzien van inzamelvoorzieningen omtrent de wijze van aanbieding zijn bijvoorbeeld: de afvalstoffen dienen in een goed gesloten zak in de verzamelcontainer te worden gedeponeerd; de inzamelvoorziening dient na gebruik goed te worden gesloten; het is verboden afvalstoffen naast de verzamelcontainer te plaatsen het al dan niet mogen gebruiken van zakken voor groente-, fruit- en tuinafval. Brengdepot Met de term "brengdepots" wordt gedoeld op bemande voorzieningen op lokaal of regionaal niveau waar meerdere afvalcomponenten heen kunnen worden gebracht. Wanneer het een brengdepot op regionaal niveau betreft, zal de vaststelling van de wijze waarop afvalstoffen bij het depot kunnen worden aangeboden, vaak overgedragen zijn aan het bestuur van de regio. De bepalingen in het uitvoeringsbesluit zullen daarop moeten worden aangepast. Uitvoeringsbesluit op grond van het vijfde lid: Inzamelen zonder inzamelmiddel Het college kan bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel mogen worden aangeboden. Gedacht kan worden aan oud papier en karton en grof tuinafval. Het college kan bepalen hoe bedoelde afvalstoffen aangeboden moeten worden, bijvoorbeeld gebundeld of in kartonnen dozen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel