**1..** De inzameling kan plaatsvinden via:
een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;
een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
percelen;
een inzamelvoorziening op wijkniveau;
een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.
**2..** het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege
verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de
inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen
ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.
Toelichting
Eerste lid
In dit artikel worden de niveaus van inzameling aangegeven. Hiermee
wordt recht gedaan aan de vervaging van het onderscheid tussen
huis-aan-huisinzameling en inzameling via brengvoorzieningen op
verschillende niveaus (groep percelen, wijk, lokaal of regionaal
niveau).
Eerste lid, onder a: Inzameling bij elk
perceel(haalsysteem)
Op grond van artikel 10.21, eerste lid, Wm is de gemeente verplicht
tot het wekelijks inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bij elk
binnen haar grondgebied gelegen perceel. Op grond van artikel 10.21,
tweede lid, Wm wordt daarbij in ieder geval groente-, fruit- en
tuinafval afzonderlijk ingezameld, tenzij daar in het kader van
doelmatig beheer van wordt afgeweken (zie de toelichting op artikel
3 van deze verordening).
De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij
elke woning via een haalsysteem. De bewoners maken gebruik van
individuele inzamelmiddelen, zoals gemeentelijke huisvuilzakken,
duobakken, minicontainers of afvalemmers.
Eerste lid, onder a: Inzameling bij hoogbouw
Voor het bewaren en aanbieden van huishoudelijk afval kan van
gemeentewege eventueel een bewaar- of inzamelmiddel worden
verstrekt. De inzamelmiddelen worden buitengezet op de dag van
inzameling. Bij hoogbouw kunnen soms inpandige inzamelvoorzieningen
worden getroffen, zoals stortkokers of containers. Benadrukt moet
worden dat een of meer inzamelcontainers bij één flat, moet worden
gezien als inzameling bij elk perceel.
Eerste lid, onder b: Inzameling nabij elk
perceel(brengsysteem)
In afwijking van artikel 10.21 Wm kan de raad op grond van artikel
10.26 eerste lid, onder a, Wm bij verordening besluiten dat - in
plaats van bij elk perceel - nabij elk perceel wordt ingezameld.
Gemeenten moeten daarbij wel voldoen aan randvoorwaarden die zijn
opgenomen in de "Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke
afvalstoffen nabij elk perceel". Deze regeling is in november 1998
in werking getreden (zie ook artikel 10.26, vierde lid, Wm). Indien
de raad besluit tot de inzameling nabij elk perceel, is hij
verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel
10.26, tweede lid, Wm). Daarnaast is het college verplicht om de
inspecteur op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit
(zie artikel 10.26, derde lid, Wm).
In het kader van het project Herijking VROM-regelgeving
(kamerstukken II, 2003/04, 29200 XI, nr. 7), waarmee het ministerie
van VROM in 2003 van start is gegaan, is gezocht naar wettelijke
regels die vanwege overbodige bureaucratie of problemen met de
uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid zouden
moeten worden aangepast of afgeschaft. Een van de
herijkingsvoorstellen is dat de Regeling voorwaarden inzamelen
huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel zal worden
ingetrokken. Uit het oogpunt van decentralisatie is het dan niet
noodzakelijk om te bepalen binnen welke maximale afstand van de
perceelgrens de gemeente moet zorgdragen voor de inzameling van
huishoudelijk afval, indien het inzameling nabij elk perceel
betreft. De gemeente heeft hierin haar eigen beleidsvrijheid. Dit
wetsvoorstel is eind 2007 naar de Raad van State gestuurd. De Raad
van State heeft in maart 2008 neutraal geadviseerd. . Indien het
wetsvoorstel doorgang zal vinden, zal de regeling vervallen en
krijgen gemeenten de vrijheid om invulling te geven aan de
inzameling nabij elk perceel. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de
criteria uit de ministeriële regeling te blijven gebruiken of gezien
hun eigen specifieke omstandigheden andere criteria vastleggen.
Van inzameling nabij elk perceel is sprake bij gebruik van
collectieve inzamelmiddelen, brengsystemen waar een groep
huishoudens gezamenlijk gebruik van maakt. Huishoudelijk afval wordt
dus niet bij elk perceel - bij elke woning - opgehaald, maar vanaf
een centraal punt voor meerdere huishoudens gezamenlijk. De
huishoudens beschikken over individuele bewaarmiddelen en moeten
deze brengen naar de plaats waar het collectieve inzamelmiddel staat
opgesteld. Te denken valt aan de ondergrondse inzamelvoorzieningen
ten behoeve van meerdere gestapelde woningcomplexen.
Van inzameling nabij elk perceel is ook sprake bij het gebruik van
zogenaamde clusterplaatsen. Een clusterplaats is een plaats waar de
burger het individuele inzamelmiddel op de dag van ophalen naar toe
brengt. Voorbeelden van clusterplaatsen zijn: een parkje, een
pleintje, een parkeerplaats waar op de dag van inzameling niet mag
worden geparkeerd of een centrale, als zodanig gemerkte plaats op de
stoep.
Voor beide vormen van collectieve inzameling geldt dat de inzameling
laagdrempelig moet zijn.
Voor de clusterplaats geldt dat dit het geval is als de afstand
tussen perceel en clusterplaats niet meer is dan 75 meter, waarbij
de raad in bijzondere gevallen maximaal 125 meter kan toestaan.
Voor de inzamelvoorzieningen geldt hetzelfde, echter aangevuld met
een aantal extra eisen. Deze eisen zijn: de inzamelvoorziening is
voor een ieder goed bereikbaar en toegankelijk, de afvalstoffen
kunnen eenvoudig worden achtergelaten en er wordt gelegenheid
gegeven om ten minste 12 aaneengesloten uren per week huishoudelijke
afvalstoffen aan te bieden.
Handreiking inzamelen bij/nabij elk perceel
Naar aanleiding van deze regeling heeft de VNG de ‘Handreiking
inzamelen bij/nabij elk perceel’ opgesteld, die in 1999 verschenen
is (ISBN 90 322 7344 2). Deze handreiking gaat in op de keuze tussen
bij en nabij elk perceel inzamelen en beoogt het bieden van een
afwegingskader van alle lokale belangen. Uitgegaan wordt van een
gelijkwaardigheid van beide inzamelwijzen.
Eerste lid, onder c: Inzamelvoorziening op
wijkniveau
Gedacht kan worden aan zogenaamde wijkcontainers waar de burger
bijvoorbeeld glas en oud papier en karton naar toe brengt. Dit zijn
permanent aanwezige voorzieningen. Het gebruik van de
wijkvoorzieningen is niet beperkt tot de gebruikers van een bepaalde
groep percelen.
Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede
lid
Het college kan bij uitvoeringsbesluit voor iedere gebruiker van een
perceel per categorie huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen via
welk(e) inzamelmiddel of -voorziening wordt ingezameld. De
inzamelmiddelen kunnen van gemeentewege worden verstrekt of
geplaatst, of moeten door de burger zelf worden aangeschaft.
Bij dit uitvoeringsbesluit kan worden gedacht aan een overzicht van
de gemeente, waarop is aangegeven waar ingezameld wordt via
inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel, dan wel via
inzamelvoorzieningen voor een groep gebruikers van percelen.
Wat betreft de inzamelvoorzieningen op wijkniveau (zoals glasbakken)
en de brengdepots kan eventueel worden volstaan met het aanwijzen
van de categorie van huishoudelijk afval waarvoor de voorziening is
bestemd (dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van een pictogram
op de container). Het opstellen van een dergelijk overzicht is
bewerkelijker naarmate de variatie in inzamelmiddelen en
-voorzieningen tussen gebruikers groter is.
Specifieke aanwijzing van de groep gebruikers van percelen die hun
afvalstoffen via een bepaalde inzamelvoorziening mogen (of moeten)
aanbieden, kan van belang zijn om tegen te gaan dat ook inwoners uit
andere delen van de gemeente gebruik maken van de
inzamelvoorziening, met als gevolg bijvoorbeeld een (vroegtijdig)
overvolle container.
Het aanwijzen van een groep gebruikers is noodzakelijk indien de
afvalstoffenheffing binnen de gemeente wordt gedifferentieerd naar
het aanbod van afval.
Eisen aan het inzamelmiddel
Wanneer het inzamelmiddel niet door de gemeente wordt verstrekt, kan
worden vereist dat het inzamelmiddel aan bepaalde normen voldoet.
Ook kan via deze bepaling worden geregeld dat alleen huisvuilzakken
met een gepatenteerde gemeentelijke opdruk mogen worden gebruikt
indien wordt gewerkt met een systeem van dure zakken als vorm van
tariefdifferentiatie. Voor bepaalde categorieën huishoudelijke
afvalstoffen (bijvoorbeeld asbest) kunnen specifieke eisen aan het
inzamelmiddel worden gesteld.
§ 2
Artikel 4
Inzamelmiddelen en -voorzieningen
Onderdeel van Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009