Naar hoofdinhoud
1. De commissie past ambtelijk en bestuurlijk hoor en wederhoor toe. 2. De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste vier weken bedraagt, hun zienswijze op het concept onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 3. De commissie deelt aan de raden, colleges en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raden of de colleges kan zij terzake voorstellen doen. 4. De commissie stelt elk jaar vóór 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. 5. De commissie zendt een afschrift van haar rapport en haar verslag aan de raden en de colleges. Indien zij met toepassing van artikel 12, leden 4 tot en met 6 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de commissie tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken rechtspersoon of het betrokken openbaar lichaam. 6. De rapporten en de verslagen van de commissie zijn openbaar. Op grond van belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten en verslagen die aan de raden worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel