1. De commissie is bevoegd binnen het aan haar beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. De voorzitter van de commissie is budgethouder.
2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:
a. de vergoedingen die krachtens artikel 6 aan de externe leden zijn toegekend;
b. de ambtelijk secretaris;
c. interne onderzoeksmedewerkers;
d. externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld;
e. eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.
3. De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raden.