Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 3

Horen van de belanghebbende

Onderdeel van Maatregelenverordening 2004

1. Voordat een verlaging plaatsvindt wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2. Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten en of omstandigheden hebben voorgedaan; c. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het dagelijks bestuur of van een derde aan het dagelijks bestuur met toepassing van artikel 7 van de wet werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de wet; of d. het dagelijks bestuur het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.

Rechtspraak bij dit artikel