Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 9

Tekortschieten in het naleven van de arbeidsverplichtingen

Onderdeel van Maatregelenverordening 2004

1. De bijstandsnorm wordt gedurende een maand met 5% verlaagd indien: a. belanghebbende zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het CWI of het niet tijdig verlengen hiervan; b. belanghebbende het trajectplan niet ondertekent. 2. De norm wordt gedurende een maand met 10% verlaagd indien: Belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot scholing of arbeidsinschakeling. 3. De norm wordt gedurende een maand verlaagd met 20% indien: a. sprake is van een gedraging (voorafgaand aan of tijdens de bijstandsverlening) die de inschakeling in arbeid belemmert of als belanghebbende anderszins niet naar vermogen tracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden; b. belanghebbende niet of onvoldoende gebruik maakt van een door het dagelijks bestuur aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b en art. 10, eerste lid van de wet, waaronder tevens begrepen sociale activering. 4. De bijstand norm wordt gedurende een maand met 100% verlaagd indien: a. belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid niet aanvaardt; b. sprake is van door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel