1. Indien naar het oordeel van het dagelijks bestuur belanghebbende niet tijdig de verplichting als bedoeld in art. 17 van de wet is nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van de bijstand of de voortzetting daarvan niet binnen de door het dagelijks bestuur daartoe gestelde termijn te verstrekken, verlaagt het dagelijks bestuur met toepassing van artikel 54 van de wet de norm met 5% gedurende een maand.
2. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting als bedoeld in art. 17 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte verstrekken of teveel verstrekken van bijstand, wordt de verlaging van de norm afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag:
a. bij een benadelingsbedrag tot € 1000,00 10% van de norm gedurende een maand;
b. bij een benadelingsbedrag van € 1000,00 tot € 2000,00, 20% van de norm gedurende een maand;
c. bij een benadelingsbedrag van € 2000,00 tot € 4000,00, 40% van de norm gedurende een maand;
d. bij een benadelingsbedrag vanaf € 4000,00, 100% van de norm gedurende een maand.
3. Voor zover er geen sprake is van een benadelingsbedrag verlaagt het dagelijks bestuur de norm met 5% gedurende een maand als het dagelijks bestuur van oordeel is dat het niet nakomen van de informatieverplichting van voldoende gewicht is.
Paragraaf 2
Artikel 10
Niet of niet tijdig nakomen van inlichtingenplicht
Onderdeel van Maatregelenverordening 2004