Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 19

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2010

1. Het is verboden om de bodem te verstoren in een archeologisch monument of in een archeologisch verwachtingsgebied, zoals aangegeven op de gemeentelijke archeologische vindplaats- en verwachtingenkaart (zie bijlage 1 bij deze verordening). 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: a. het een verstoring betreft van een in het eerste lid genoemd gebied, waarbij de diepte en de oppervlakte ervan de in het renvooi van de kaart genoemde maten niet overschrijden. b. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. c. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. d. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische vindplaats- en verwachtingenkaart. e. een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of • de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of • in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel