Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot:
a. de weigering van het college een vergunning als bedoeld in artikel 13 te verlenen;
b. de voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 13;
c. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 13, vierde lid;
d. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 19, tweede lid, onder d.