Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Verleggingen

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2011

De netbeheerder is verplicht op verzoek van het college op eigen kosten over te gaan tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en leidingen ten dienste van zijn netwerk, waaronder het verplaatsen van kabels en leidingen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door de gemeente. Indien de gemeente jegens een derde gehouden is grond, die is bestemd voor het oprichten van een of meer gebouwen, zodanig te leveren dat die derde na verkrijging van de grond bij het door of vanwege hem oprichten van een of meer gebouwen niet gehinderd wordt door de in de grond aanwezige kabels en leidingen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. De oprichting van een of meer gebouwen dient op het moment dat een verzoek wordt gedaan voldoende bepaalbaar te zijn. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste of tweede lid, is de netbeheerder slechts verplicht over te gaan tot maatregelen, waaronder het verplaatsen van de kabels en leidingen, indien het college hem de kosten daarvan vergoedt. Ingeval een verzoek tot het nemen van maatregelen is gedaan, als bedoeld in voorgaande leden, gaat de aanbieder zo snel mogelijk over tot de gevraagde maatregelen, doch niet later dan zestien weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Het verzoek bevat een omschrijving van de op te richten gebouwen dan wel de uit te voeren werken en in geval het verzoek een verplaatsing van kabels en leidingen betreft voor zover mogelijk een voorstel voor de plaats waar de kabels en leidingen kunnen worden aangelegd.

Rechtspraak bij dit artikel