Een opdrachtgever/grondroerder is verplicht om bij de aanleg van kabels en leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij door andere netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangebracht voorzieningen.
Het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, dan wel een door het college geïnitieerd vooroverleg naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 4, is er mede op gericht te bepalen of en zo langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
Indien de opdrachtgever/grondroerder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel en leidingentunnels, is de grondroerder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn net van deze voorzieningen gebruik te maken.
Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, dient de opdrachtgever/grondroerder een alternatief tracé te kiezen, of aan andere netbeheerders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels doen op grond van artikel 5.12 van de Telecommunicatiewet.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Medegebruik van voorzieningen en vooroverleg
Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2011