Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Bedragen vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoogeveen 2011

1.. Inkomensgrens De grens waarboven een auto, met een auto vergelijkbare voorzieningen en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet voor verstrekking of vergoeding in aanmerking komen, zoals genoemd in artikel 22 van de verordening, bedraagt 1,5 x van de van toepassing zijnde norminkomens, zoals beschreven in artikel 1 onder b van dit besluit; De inkomensgrens als bedoeld in het eerste artikel is ook van toepassing op het collectief vervoer, zoals vermeld in artikel 22 onder a van de verordening. 2.. Collectief vervoer De collectieve vervoersvoorziening als bedoeld in het derde lid van artikel 21 onder a van de verordening bestaat uit een vervoerspas, waarmee tegen een gereduceerd tarief gebruik gemaakt kan worden van het collectief vraagafhankelijk vervoersysteem (Regiotaxi Zuidwest Drenthe); De financiële tegemoetkoming als bedoeld in het derde lid van artikel 21 onder b van de verordening bedraagt € 357,96 per jaar; Een belanghebbende van wie het inkomen boven de in het eerste lid genoemde inkomensgrens komt, kan zelf een vervoerspas zoals bedoeld in het tweede lid onder a aanschaffen tegen een bedrag van € 817,68. 3.. Bedragen voor vervoersvoorziening De bedragen voor een vervoersvoorziening zijn: De financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi bedraagt € 2.917,95 per jaar en geschiedt op declaratiebasis; De financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 4.170, - per jaar en geschiedt op declaratiebasis; De financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto bedraagt € 529,20 per jaar; De financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoer geschikt voor verplaatsingen over een loopafstand tot 100 meter bedraagt € 187,87 per jaar mits het gebruik van een voorziening in natura hier niet in kan voorzien; Indien beide echtgenoten in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming zoals bedoeld onder a, c, d en onder het tweede lid onder b bedraagt de hoogte van de financiële tegemoetkoming per persoon maximaal 75% van het bedrag genoemd in de hiervoor genoemde artikelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel