Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Verantwoording PGB

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoogeveen 2011

1.. De budgethouder zorgt voor een goede en controleerbare vastlegging van ontvangsten, uitgaven en verplichtingen en houdt deze gedurende 7 jaar beschikbaar vanaf de ingangsdatum van de toekenning van het persoonsgebonden budget. 2.. Bij een PGB voor hulp bij het huishouden vindt jaarlijks controle plaats of het PGB daadwerkelijk is besteed aan hulp bij het huishouden. Iedere budgethouder dient bij de controle de volgende stukken te overleggen: het door de gemeente beschikbaar gestelde verantwoordingsformulier (bijlage III); overzicht van de salarisadministratie, bij contante betalingen aan de zorgverlener dienen door de budgethouder en zorgverlener ondertekende kwitanties overgelegd te worden, bij betalingen via de bank dienen kopieën van bankafschriften overgelegd te worden waaruit de betalingen aan de zorgverlener blijken; kopie van de getekende arbeidsovereenkomst met de zorgverlener; overige relevante stukken, bijv. facturen voor bemiddelingskosten of het opstellen van contracten. 3.. Uit het PGB voor hulp bij het huishouden mag wel betaald worden: uurloon hulpverlener; reiskosten hulpverlener op basis van woon-werkverkeer (max. € 0,19 per km); vervanging hulpverlener bij ziekte/vakantie van hulpverlener; feestdagenuitkering tot een maximum van € 271,- bruto (één keer per jaar); contant uitbetalen van de hulpverlener met kwitanties; advertentiekosten voor het zoeken naar een hulpverlener; bemiddelingskosten bij het inhuren van een hulpverlener. 4.. Uit het PGB voor hulp bij het huishouden mag niet betaald worden: eigen bijdrage CAK; fietsvergoeding; bloemetje/cadeau hulpverlener bij ziekte of verjaardagen; schoonmaakmiddelen; loon aan mensen die gebruikelijke zorg leveren; contant uitbetalen van de hulpverlener zonder kwitanties; kledingvergoeding hulpverlener; uurloon zorgverlener die gemaakt zijn voor/na de indicatieperiode. 5.. Het college stelt vast of de budgethouder het PGB voor hulp bij het huishouden aan de onder het derde lid genoemde heeft besteed en vordert het niet daaraan bestede budget geheel of gedeeltelijk terug. 6.. De controle van het PGB voor voorzieningen vindt plaats door middel van een steekproef op de door het college vastgestelde wijze. Iedere budgethouder dient de volgende stukken te kunnen overleggen: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening. 7.. Een PGB voor voorzieningen mag wel worden besteed aan: een voorziening die voldoet aan het plan van eisen zoals vermeld in de beschikking en waarmee de gestelde doelen worden behaald; onderhouds- en reparatiekosten. 8.. Uit een PGB voor voorzieningen mag niet worden betaald: eigen bijdrage CAK; andere zaken waardoor de gestelde doelen niet worden behaald. 9.. Het college stelt vast of de budgethouder het PGB voor een voorziening aan de onder het zevende lid genoemde heeft besteed en vordert het niet daaraan bestede budget geheel of gedeeltelijk terug. 10.. Bij een financiële tegemoetkoming kan gevraagd worden om verantwoording af te leggen, tenzij het om een forfaitair bedrag gaat: een forfaitair bedrag voor een verhuizing kan vrij worden besteed, mits er daadwerkelijk verhuisd wordt. Bij verantwoording dienen de volgende stukken overgelegd te worden: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel