Met betrekking tot het zich verplaatsen buitenshuis moeten we de cliënt in staat stellen in ieder geval dat te doen wat mensen, door de bank genomen, van dag tot dag plegen te doen, zoals:winkelen / boodschappen doen;bezoek aan familie / kennissen;bezoeken van bijeenkomsten en (sport)activiteiten;bezoek bank / postkantoor;recreatie / hobby.Bij het bepalen van de vervoersbehoefte gaat het niet om de vraag hoe vaak de cliënt een bepaalde bestemming wil kunnen bereiken, maar om de vraag hoe vaak hij dat moet kunnen doen om deel te nemen aan het ‘leven van alle dag’ en om de daarvan deel uitmakende wezenlijke sociale contacten te kunnen onderhouden. Een belangrijke steun voor beantwoording van de vraag of het ‘leven van alle dag’ voor een individu dusdanig wordt verstoord dat een vervoersvoorziening getroffen moet worden, is het in beschouwing nemen van het 'leven van alle dag' van een niet gehandicapte in een zelfde situatie. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een gehandicapte aangeeft een ruimer verplaatsingspatroon te hebben. De wens van de gehandicapte om veel te reizen hoeft geen aanleiding te zijn om een hoger bedrag toe te kennen. Het gemeentelijk beleid is dat niet gekeken wordt naar het patroon dat men wil hebben maar naar het patroon dat noodzakelijk is voor de normale contacten van het dagelijks bestaan. Dat wil zeggen dat een gehandicapte die, door omstandigheden, op grote afstand van zijn familie woont, in dezelfde omstandigheden verkeert als elke niet - gehandicapte in zo’n situatie. Als men er in die situatie voor kiest de familie zeer frequent te bezoeken, zal dit aanzienlijke vervoerskosten met zich meebrengen.Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening dient ook naar alternatieven gezocht te worden voor het vervoersprobleem (bijvoorbeeld in de persoonlijke levenssfeer van de cliënt of in substitutiemogelijkheden), waarmee de cliënt (voor een deel) in zijn behoefte kan voorzien. Hierbij gaan we ervan uit dat we van de cliënt kunnen vragen om zijn leven enigszins anders in te richten. De substitutiemogelijkheden dienen wel reëel te zijn.Onder 5.3.3.6 wordt verder ingegaan op andere relevante factoren in het leven van alle dag zoals recreatieve verplaatsing, vervoer in verband met werk of vrijwilligerswerk etc.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2.3
Het leven van alle dag
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt