Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 26

Inconveniëntentoelage

Onderdeel van Bezoldigingsregeling

Lid 1 Aan de ambtenaar aan wie het verrichten van zware, onaangename of gevaarlijke arbeid wordt opgedragen, wordt naar evenredigheid van het aantal uren gedurende welke per kalenderjaar die arbeid is verricht een toelage toegekend. Lid 2 Het college bepaalt welke arbeidsomstandigheden als zwaar, onaangenaam of gevaarlijk aangemerkt worden en in welke mate. Lid 3 Het college bepaalt de hoogte van de inconveniëntentoeslag voor de ambtenaar op grond van de Regeling Inconveniëntenwaardering en de daartoe vastgestelde conversietabel. Lid 4 Voor de berekening van de toeslag wordt uitgegaan van het verschil tussen periodiek 0 en 1 van salarisschaal 3.

Rechtspraak bij dit artikel