Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 27

Afbouwregeling onregelmatige dienst, wachtdienst en bijzondere regeling

Onderdeel van Bezoldigingsregeling

Lid 1 Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikelen 19, 21 en 23 eerste lid, een blijvende verlaging ondergaat, wordt door het college een aflopende toelage toegekend, indien: die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de bezoldiging van de ambtenaar; de ambtenaar de toelage op de datum van beëindiging of vermindering ten minste twee jaren zonder onderbreking van langer dan twee maanden heeft genoten. Lid 2 In afwijking van het eerste lid wordt de ambtenaar een blijvende toelage van 100% van de in het vierde lid genoemde berekeningsbasis toegekend, indien de ambtenaar de toelage op de datum van beëindiging of vermindering ten minste tien jaren zonder onderbreking van langer dan twee maanden heeft genoten. Lid 3 De berekeningsbasis voor de toelagen genoemd in het eerste en het tweede lid betreft: de gemiddelde bezoldiging van de ambtenaar per maand over de twaalf kalendermaanden, onmiddellijk voorafgaand aan de datum waarop de beëindiging of vermindering van de toelage intreedt minus de bezoldiging, die de ambtenaar vanaf die datum per maand gaat genieten, anders dan wegens algemene salarisverhoging. Lid 4 De duur van de in het eerste lid genoemde toelage is gelijk aan een vierde deel van de periode waarin de toelage bedoeld in artikelen 19, 21 en 23 eerste lid werd genoten. Lid 5 De in het zesde lid berekende duur wordt gesplitst in drie gelijke delen, waarbij het eerste van die delen naar boven wordt afgerond op hele maanden. Lid 6 De in het eerste lid bedoelde toelage is gelijk aan 75% van de in het vijfde lid genoemde berekeningsbasis gedurende het eerste deel, 50% van de berekeningsbasis gedurende het tweede deel en 25% van de berekeningsbasis gedurende het derde deel.

Rechtspraak bij dit artikel