Iedere medewerker die meent in de werksituatie geconfronteerd te zijn, of nog steeds te worden, met seksuele intimidatie, agressie, geweld, discriminatie of welke ongewenste omgangsvorm dan ook, kan zich wenden tot de vertrouwenspersoon en/of een klacht indienen bij de klachtencommissie. Onder deze regeling valt niet de gedraging van een persoon werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, welke is toe te schrijven aan dat bestuursorgaan.Wanneer een ongewenste omgangsvorm een gedraging betreft van een persoon, werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan en deze gedraging is toe te rekenen aan dat bestuursorgaan, kan hiertegen een klacht worden ingediend bij dat bestuursorgaan, via de klachtencoördinator van de afdeling Juridische zaken (Awb art. 9:1 lid 1 en 2). Wordt een dergelijke klacht daar niet naar genoegen behandeld dan kan de klager vervolgens een klacht indienen bij het bureau Nationale ombudsman (Wet Nationale ombudsman art. 12 lid 2).
Hoofdstuk
Artikel 2
Reikwijdte van de regeling
Onderdeel van Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen binnen de gemeentelijke organisatie