Lid 1
Ten aanzien van de in artikel 8, letter f, bedoelde besteding van ingehouden spaargelden,terzake van compensatie van loon dat niet is genoten door de Deelnemer geldt dat het loon dat niet is genoten een gevolg moet zijn van de opname van onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald verlof door de Deelnemer en de dienstbetrekking, als bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet op de loonbelasting 1964 ten tijde van het onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald verlof ongewijzigd dient te blijven voortbestaan.
Lid 2
Voor de toepassing van dit artikel kan ten hoogste worden aangemerkt als opgenomen ter compensatie van het loon dat niet is genoten door de Deelnemer als gevolg van opname van onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald verlof door de Deelnemer, 50% van het bedrag waarmee het door de Deelnemer genoten loon is verminderd als gevolg van de opname van onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald verlof door de Deelnemer.
Lid 3
Voor de toepassing van dit artikel wordt het door de Deelnemer genoten loon in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende
Artikel 11, eerste lid, letter j van de Wet op de loonbelasting 1964 vindt geen toepassing
Tantièmes en toevallige bijzondere beloningen, alsmede tot het loon behorende aanspraken worden niet in aanmerking genomen
Lid 4
Rechtstreekse betalingen aan de Deelnemer, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, mogen voor de toepassing van dit artikel worden gelijkgesteld met opnamen ten laste van de Spaarloonrekening.