Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Procedure voor aanvraag en beslissing vergoeding kinderopvang

Onderdeel van Regeling Kinderopvang Gemeentepersoneel 2006

Lid 1. De medewerker die gebruik wil maken van de kinderopvangregeling is zelf verantwoordelijk voor het sluiten van een contract met en de inschrijving bij een erkende kinderopvangorganisatie alsmede het regelen van de opvang en de financiering. Lid 2. Een aanvraag om tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang dient ten minste zes maanden voor de vermoedelijke ingangsdatum door de medewerker bij het college te worden ingediend. Lid 3. Een aanvraag wordt slechts in behandeling genomen, wanneer de volgende gegevens bekend zijn: de (vermoedelijke) ingangsdatum, de soort kinderopvang, de te betalen prijs per uur, de naam, geboortedatum en het adres van het kind, het aantal uren kinderopvang per kind per jaar, de duur en opzegtermijn van de overeenkomst. Lid 4. De beslissing inzake de toekenning van een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang vindt plaats binnen één maand vòòr de vermoedelijke ingangsdatum de periode voor kinderopvang. Lid 5. Eenmaal per kalenderjaar dient de medewerker een verzoek tot vergoeding in het kader van deze regeling in bij het college aan de hand van de offerte, dan wel het contract met de betreffende kinderopvanginstelling. Lid 6. De bijdrage van de gemeente Hoorn wordt maandelijks aan de ouders betaald. Als het kalenderjaar voorbij is, wordt op een opgaafformulier aangegeven wat de werkelijke kosten zijn geweest. Eventuele verschillen tussen de werkelijke kosten en de betaalde werkgeversbijdrage, worden achteraf verrekend. Lid 7. Na afloop van het betreffende kalenderjaar moeten ouders een definitieve opgave van de betaalde kosten aan de belastingdienst verstrekken.

Rechtspraak bij dit artikel