**1..** Binnen een redelijke termijn, maar uiterlijk twee weken na uitreiking van het beoordelingsformulier, vindt een beoordelingsgesprek plaats.
**2..** In daartoe aanleiding gevende gevallen kan een (P&O-) adviseur bij het gesprek aanwezig zijn. Aan de andere gesprekspartner wordt dit van te voren gemeld.
**3..** Ook de informant(en) kan/kunnen in onderling overleg en instemming worden uitgenodigd het gesprek geheel of gedeeltelijk bij te wonen. Als informant kan in de regel alleen diegene optreden die een functionele werkrelatie heeft tot de ambtenaar. Indien na overleg verschil van mening blijft over het bijwonen van het gesprek door de informanten(en), is het oordeel van de beoordelingsautoriteit doorslaggevend.
**4..** Tijdens het beoordelingsgesprek wordt het beoordelingformulier per onderdeel besproken.
**5..** De ambtenaar kan per onderdeel een afwijkende mening gemotiveerd kenbaar maken, hiervan wordt aantekening gemaakt op het formulier. De beoordelaar kan zonodig het oordeel op het beoordelingsformulier naar aanleiding van het gesprek herzien.
**6..** Na het gesprek ondertekent de ambtenaar/beoordeelde het formulier voor gezien ter bevestiging dat de beoordeling met hem is doorgesproken. De ambtenaar ontvangt na het gesprek van de leidinggevende een kopie van het beoordelingsformulier.
**7..** De beoordelaar levert het (eventueel herziene) formulier daarna in bij de beoordelingsautoriteit.
Hoofdstuk 3
Artikel 4
Het beoordelingsgesprek
Onderdeel van Regeling HRM-Gespreksvoering en Beoordeling