Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verhoging basis vakantieverlof

Onderdeel van Vakantieverlofregeling 2008

Lid 1. Naast de mogelijkheid het basisverlof te verhogen op grond van artikel 3:2:1 lid 3, 4:2 lid 2, 6:2 lid 2 en 6:2:1 lid 4 van de CAR/UWO, wordt het basis vakantieverlof verhoogd afhankelijk van de leeftijd die de medewerker in het betreffende kalenderjaar bereikt. Deze verhoging bedraagt per leeftijdscategorie: a. 40 t/m 44 jaar: 7,2 uur b. 45 t/m 49 jaar: 14,4 uur c. 50 t/m 54 jaar: 21,6 uur d. 55 jaar en ouder: 28,8 uur. Lid 2. Het basisverlof wordt op grond van artikel 6:2:1 lid 4 van de CAR/UWO verhoogd, afhankelijk van de mate waarin regelmatig en in belangrijke mate op onregelmatige uren wordt gewerkt, respectievelijk de verplichting is opgedragen om zich buiten de voor zijn betrekking geldende werktijden ter beschikking te houden. Het basisverlof wordt verhoogd met 14,4 uur voor de medewerker met een toelage onregelmatige dienst van 6% of meer en voor de medewerker met een piketplicht van 20% of meer. Het basisverlof wordt verhoogd met 7,2 uur voor de medewerker met een toelage onregelmatige dienst tot 6% en voor de medewerker met een piketplicht tot 20%. Het basisverlof wordt, indien de medewerker zowel onregelmatig werkt als een piketplicht heeft, met 14,4 uur verhoogd. De verhoging van het basisverlof wordt in het geval van een variabel rooster achteraf toegekend op basis van de feitelijk verrichte onregelmatige dienst en/of piketplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel