Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Afwijkende werktijden

Onderdeel van Regeling werktijden 2006

Lid 1. Het college kan, als de bedrijfsvoering of arbeidsomstandigheden dit vereisen, voor de individuele medewerker of groepen medewerkers een afwijkende werktijdregeling vaststellen. Het in dienstbelang vaststellen van een structureel afwijkende werktijd voor (een) groep(en) medewerkers geschiedt met instemming van de ondernemingsraad. Lid 2. Wanneer er voor de medewerker(s) wisselende werktijden gelden, wordt daarvoor door de leidinggevende een rooster opgesteld. De werktijden worden ten minste een maand voor aanvang aan de ambtenaar bekend gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel