**Lid 1.** De medewerker mag tot maximaal de helft van de formele arbeidsduur per week opbouwen als spaarurensaldo voor zover hierbij de arbeidstijdenwet niet overschreden wordt.
**Lid 2.** Spaaruren kunnen pas worden opgenomen nadat opbouw heeft plaatsgevonden en worden zo spoedig mogelijk gecompenseerd door een gelijk aantal uren minder te werken.
**Lid 3.** In overleg met de leidinggevende kan van lid 2 en 3 worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, met als voorwaarde dat het spaarurensaldo vervalt als het niet binnen de periode van 52 weken volgend op de periode waarin de uren zijn opgebouwd, is opgenomen.