In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning ;
Besluit maatschappelijke ondersteuning: het Besluit maatschappelijke ondersteuning, AMvB, Stb. 450;
Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning; bij het verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel of bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden;
Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de wet ;
Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die normale deelname aan het maatschappelijke verkeer mogelijk maken;
Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;
Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt;
Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt;
Eigen bijdrage: een bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget betaald moet worden;
Eigen aandeel in de kosten: een aandeel in de kosten, dat bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming betaald moet worden;
Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt;
Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn;
Financiële tegemoetkoming: een gehele of gedeeltelijke vergoeding voor de in het kader van de Wmo gemaakte kosten van een verleende voorziening;
Inkomen: Het verzamelinkomen of belastbaar inkomen, zoals bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning en waarvan uitgegaan wordt bij de vaststelling van de eigen bijdrage en het eigen aandeel in de kosten;
Norminkomen: de normen genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand ;
Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van de aanvrager behorend;
Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening;
Huisgenoot: iedere persoon met wie de aanvrager gemeenschappelijk een woning bewoont;
Leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwden die al dan niet tezamen met een of meer ongehuwde minderjarigen duurzaam een huishouden voeren, dan wel uit een meerderjarige ongehuwde die met een of meer ongehuwde minderjarigen duurzaam een huishouden voert.
Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is.
College: het college van burgemeester en wethouders.
WMO-besluit: het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze.
Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, in casu het collectief vraagafhankelijk vervoer.
Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft.
Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.
Hoofdstuk
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2011