Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:
deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen
op het gebied van het voeren van het huishouden;
op het gebied van het verplaatsen in en om de woning;
op het gebied van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en;
bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen;
deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt;
deze in overwegende mate op het individu is gericht.
Geen voorziening wordt toegekend:
indien de voorziening algemeen gebruikelijk is;
indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Aa en Hunze;
voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd;
voorzover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt en het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid achteraf niet meer kan beoordelen of deze beoordeling in redelijkheid niet meer van het college kan worden gevergd;
indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Beperkingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2011