Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 25.

Het recht op en de vormen van een individuele vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2011

Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een individuele vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 22, onder c. in aanmerking worden gebracht als: een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder b. niet aanwezig is; het gebruik van het collectief systeem onmogelijk is vanwege aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, individuele persoonskenmerken of vervoersbehoeften; aanvulling op het collectief vervoer De in artikel 22 onder c. genoemde voorziening kan bestaan uit: een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget in de vorm van: een al dan niet aangepaste bruikleenauto; een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen; een scootermobiel; een ander verplaatsingsmiddel; een tegemoetkoming of een vergoeding in de kosten van: aanpassing van een eigen auto; gebruik van een bruikleenauto; gebruik van een taxi; gebruik van een rolstoeltaxi; aanschaf van een ander verplaatsingsmiddel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel