Naar hoofdinhoud

Artikel 1

BIBOB-beleid gemeente Schouwen-Duiveland

Onderdeel van Beleidsregels Wet BIBOB gemeente Schouwen-Duiveland 2010

1.1 Inleiding De gemeente Schouwen-Duiveland is in het recente verleden meermalen geconfronteerd met “verdachte” aanvragen en hierbij is na het eigen gemeentelijke onderzoek bureau BIBOB ingeschakeld om duidelijkheid te krijgen over mogelijke illegale praktijken. De procedure rond een dergelijk integriteits- of BIBOB onderzoek moet zorgvuldig plaatsvinden en dit vraagt om een éénduidige richtlijn binnen het gemeentelijk apparaat. De beslissing al dan niet een BIBOB-advies aan te vragen ligt bij de bestuursorganen. Vanwege deze keuzevrijheid verdient het de voorkeur dat dit gebeurt op basis van beleid, waarin in algemene termen wordt aangegeven in welke gevallen een advies wordt aangevraagd bij het Bureau BIBOB. Dit schept duidelijkheid naar de burgers en ondernemingen die feitelijk aan een BIBOB onderzoek worden onderworpen. Met name de afweging om tot een BIBOB onderzoek over te gaan, dient – juist met het oog op het ingrijpende karakter van het instrument – weloverwogen en met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur te worden genomen. Daarbij spelen proportionaliteit, subsidiariteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid een belangrijke rol. De wet BIBOB wordt in eerste instantie toegepast bij de verlening c.q. intrekking van vergunningen voor horeca-inrichtingen en speelautomatenhallen. Ook op een aanvraag voor een seksinrichting wordt de wet toegepast. Het hierbij gaat om persoonsgebonden vergunningen, waarbij er een mogelijkheid is te toetsen op slecht levensgedrag. Coffeeshops worden vooralsnog buiten beschouwing gehouden, aangezien de gemeente Schouwen-Duiveland een nullijn voert. Indien de gemeenteraad dit standpunt aanpast, kunnen ook coffeeshops onder de reikwijdte van deze beleidsregels worden geplaatst. 1.2 Vergunningen Ten aanzien van de genoemde vergunningen geldt dat het bevoegd gezag in deze zowel het college van burgemeester en wethouders als de burgemeester kan zijn. Ter voorkoming van misverstanden en vanwege de leesbaarheid wordt in het vervolg van dit document gesproken over het bevoegd gezag. Concreet gaat het om de volgende vergunningen: De vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor het uitoefenen van een horecabedrijf of slijtersbedrijf; Daarbij wordt een uitzondering gemaakt voor vergunningen die worden verleend aan paracommerciële instellingen; De vergunning op grond van artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland (Apv) voor de exploitatie van een horecabedrijf; De vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal op grond van artikel 2, eerste lid van de Verordening speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 2010; De vergunning op grond van artikel 3:4 van de Apv voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf. Het van toepassing verklaren van de Wet BIBOB op de hierboven genoemde vergunningen betekent dat het bevoegde gezag zowel bij de aanvraag van de vergunning als bij het toezicht op de naleving ervan steeds onderzoekt of de weigerings- of intrekkingsgronden uit artikel 3 van de Wet BIBOB van toepassing zijn. Artikel 3 bevat samengevat de volgende elementen: 1. Het bevoegde gezag kan op basis van de Wet BIBOB een vergunning weigeren of intrekken indien ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede gebruikt zal worden voor: a) het benutten van voordelen uit strafbare feiten; b) het plegen van strafbare feiten 2. Wanneer feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel verleende vergunning een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of omkoping).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel