1.1 Inleiding
De gemeente Schouwen-Duiveland is in het recente verleden meermalen
geconfronteerd met “verdachte” aanvragen en hierbij is na het eigen
gemeentelijke onderzoek bureau BIBOB ingeschakeld om duidelijkheid te
krijgen over mogelijke illegale praktijken.
De procedure rond een dergelijk integriteits- of BIBOB onderzoek moet
zorgvuldig plaatsvinden en dit vraagt om een éénduidige richtlijn binnen
het gemeentelijk apparaat.
De beslissing al dan niet een BIBOB-advies aan te vragen ligt bij de
bestuursorganen. Vanwege deze keuzevrijheid verdient het de voorkeur dat
dit gebeurt op basis van beleid, waarin in algemene termen wordt
aangegeven in welke gevallen een advies wordt aangevraagd bij het Bureau
BIBOB. Dit schept duidelijkheid naar de burgers en ondernemingen die
feitelijk aan een BIBOB onderzoek worden onderworpen.
Met name de afweging om tot een BIBOB onderzoek over te gaan, dient –
juist met het oog op het ingrijpende karakter van het instrument –
weloverwogen en met inachtneming van de beginselen van behoorlijk
bestuur te worden genomen. Daarbij spelen proportionaliteit,
subsidiariteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid een belangrijke
rol.
De wet BIBOB wordt in eerste instantie toegepast bij de verlening c.q.
intrekking van vergunningen voor horeca-inrichtingen en
speelautomatenhallen. Ook op een aanvraag voor een seksinrichting wordt
de wet toegepast. Het hierbij gaat om persoonsgebonden vergunningen,
waarbij er een mogelijkheid is te toetsen op slecht
levensgedrag.
Coffeeshops worden vooralsnog buiten beschouwing gehouden, aangezien de
gemeente Schouwen-Duiveland een nullijn voert. Indien de gemeenteraad
dit standpunt aanpast, kunnen ook coffeeshops onder de reikwijdte van
deze beleidsregels worden geplaatst.
1.2 Vergunningen
Ten aanzien van de genoemde vergunningen geldt dat het bevoegd gezag in
deze zowel het college van burgemeester en wethouders als de
burgemeester kan zijn. Ter voorkoming van misverstanden en vanwege de
leesbaarheid wordt in het vervolg van dit document gesproken over het
bevoegd gezag.
Concreet gaat het om de volgende vergunningen:
De vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet
voor het uitoefenen van een horecabedrijf of
slijtersbedrijf;
Daarbij wordt een uitzondering gemaakt voor vergunningen die
worden verleend aan paracommerciële instellingen;
De vergunning op grond van artikel 2:28 van de Algemene
plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland (Apv) voor
de exploitatie van een horecabedrijf;
De vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal op
grond van artikel 2, eerste lid van de Verordening
speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 2010;
De vergunning op grond van artikel 3:4 van de Apv voor het
exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf.
Het van toepassing verklaren van de Wet BIBOB op de hierboven genoemde
vergunningen betekent dat het bevoegde gezag zowel bij de aanvraag van
de vergunning als bij het toezicht op de naleving ervan steeds
onderzoekt of de weigerings- of intrekkingsgronden uit artikel 3 van de
Wet BIBOB van toepassing zijn. Artikel 3 bevat samengevat de volgende
elementen:
1. Het bevoegde gezag kan op basis van de Wet BIBOB een vergunning
weigeren of intrekken indien ernstig gevaar bestaat dat de vergunning
mede gebruikt zal worden voor:
a) het benutten van voordelen uit strafbare feiten;
b) het plegen van strafbare feiten
2. Wanneer feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen
vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel verleende
vergunning een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in
geschrifte of omkoping).
Artikel 1
BIBOB-beleid gemeente Schouwen-Duiveland
Onderdeel van Beleidsregels Wet BIBOB gemeente Schouwen-Duiveland 2010