In deze verordening wordt verstaan onder:
Inrichting:
inrichting waarin een bedrijf of werkzaamheid als
bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a of c van de
Drank- en Horecawet wordt uitgeoefend, zomede de daarbij
behorende terrassen;
alle overige al dan niet openbaar toegankelijke
localiteiten, open plaatsen, tuinen of gedeelten
daarvan, zomede de daarbij behorende terrassen, de
daaraan grenzende en de daarmee gemeenschap hebbende
vertrekken, die niet uitsluitend als woning of winkel
(met uitzondering van afhaalcentra) worden gebruikt,
voor zover daar regelmatig en/of op gezette tijden:
gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet
enigerlei eet- en/of drinkwaren te verkrijgen
en/of te verbruiken, dan wel;
amusement of ontspanning wordt aangeboden;
Bezoeker:
een ieder die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering
van:
de gezinsleden van de ondernemer en/of feitelijk
exploitant van de inrichting;
de personen wier tegenwoordigheid in de inrichting
wegens dringende omstandigheden vereist wordt.
Exploitant:
degene die de inrichting beheert en dagelijks begeleidt.
Ondernemer:
een ieder die over een inrichting enige zeggenschap uitoefent
krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.