Naar hoofdinhoud

Titel 3:

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overlastverordening 1994

1.. De ondernemer dient bij de aanvraag om een vergunning een nauwkeurige beschrijving van de inrichting over te leggen waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en waarvan een plattegrond van de inrichting is toegevoegd. Tevens dient hij, indien hij niet tevens de eigenaar van de inrichting is, een verklaring van laatstgenoemde te overleggen waaruit blijkt dat hij door deze gerechtigd is als ondernemer over de de ruimte te beschikken. Voorts dient hij aan te geven wie de exploitant is en op welke wijze de inrichting zal worden geëxploiteerd. Op de aanvraag wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2.. De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar. Op de vergunning wordt de naam van de exploitant vermeld. 3.. De eigenaar van de inrichting zal, indien deze niet tevens de ondernemer is, van verlenging, wijziging of intrekking van de vergunning in kennis worden gesteld. 4.. De burgemeester kan bij openbare kennisgeving nadere regelen vaststellen omtrent de inhoud, inrichting, vorm en wijze van indiening van de aanvraag. 5.. Indien de ondernemer niet voldoet aan de bij of krachtens het eerste en vierde lid gestelde regelen, wordt hij door de burgemeester in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de aanvraag aan te vullen.

Rechtspraak bij dit artikel