Naar hoofdinhoud

Titel 3:

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Overlastverordening 1994

1.. De burgemeester beslist binnen dertien weken op de aanvraag. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste dertien weken worden verdaagd, waarvan kennis wordt gedaan aan degeen die de aanvraag heeft ingediend. 2.. Gedurende de beslissingsperiode, als bedoeld in het eerste lid, is het toegestaan de exploitatie van een bestaande inrichting voort te zetten, met inachtneming van de voorschriften, verbonden aan de bestaande vergunning. 3.. Door de burgemeester wordt de vergunning slechts verleend indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving door de aanwezigheid van de inrichting niet ontoelaatbaar nadelig wordt beïnvloed. 4.. Bij de toepassing van het in het vorige lid genoemde criterium wordt door de burgemeester rekening gehouden met het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen, alsmede met de aard van de inrichting. Voorts betrekt hij in de beoordeling van de aanvraag de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan.

Rechtspraak bij dit artikel