Zelfs bij een goed brandende stapel resthout, waarbij eigenlijk niets aan de hand lijkt, ontstaan schadelijke stoffen. Het hout, dat bestaat uit koolstofketens, wordt bij het verbranden omgezet in koolstofdioxide en water. Daar blijft het echter niet bij. Tijdens en na het verbrandingsproces ontstaan er ook stoffen die een schadelijk effect hebben op het milieu, de gezondheid van mensen en de kwaliteit van ecosystemen. Het gaat hierbij met name om stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen, fijn stof, dioxine, ozon, peroxyacetylnitraten, koolmonoxide en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. In de praktijk worden bij het aansteken en onderhouden van het vuur soms vloeibare stoffen gebruikt, zoals afgewerkte olie, benzine, petroleum en dergelijke. Als deze stoffen op de bodem komen, vormen ze een bedreiging voor de bodemkwaliteit. Ook komt het in de praktijk voor dat er bij het verbranden van resthout ander afval wordt toegevoegd. Hierdoor ontstaat een aanzienlijke toename van de emissie van schadelijke stoffen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Inleiding
Onderdeel van Beleid van regio Rivierenland voor het verbranden van resthout in de open lucht