Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Schadelijke stoffen

Onderdeel van Beleid van regio Rivierenland voor het verbranden van resthout in de open lucht

Bij het verbranden van resthout zijn er voornamelijk emissies van schadelijke stoffen naar de lucht en naar de bodem. Bij emissies naar de lucht gaat het vooral om stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen, fijn stof, dioxine en koolmonoxide. Vervolgens kunnen door fotochemische omzettingen hoge concentraties peroxyacetynlnitraten (PAN) en ozon ontstaan in de onderste lagen van de atmosfeer. Bij emissies naar de bodem gaat het vooral om verontreiniging met polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Stikstofoxiden (NOx) Tijdens het verbrandingsproces ontstaat NOx door oxidatie van organisch gebonden stikstof uit het resthout. Het is niet waarschijnlijk dat daarnaast ook rechtstreeks stikstof en zuurstof uit de omgevingslucht met elkaar reageren tot NOx. De temperatuur van het vuur is hiervoor over het algemeen te laag. Vluchtige organische stoffen (VOS) De condities waaronder resthout in de open lucht wordt verbrand zijn niet optimaal. Als gevolg hiervan verloopt de verbranding van het resthout niet volledig. Het resultaat is een relatief hoge emissie van vluchtige organische stoffen. Fijn stof (PM10) Bij het verbranden van resthout wordt fijn stof gevormd. Fijn stof is een verzamelnaam voor allerlei kleine deeltjes in de lucht. De kleinste deeltjes zijn het gevaarlijkst voor de gezondheid. Dat komt omdat ze diep ingeademd kunnen worden en zich verzamelen in de diepere luchtwegen. Daardoor ontstaan luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten waardoor mensen eerder kunnen overlijden. Dioxine In 2002 is door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) een onderzoek uitgevoerd naar het verbranden van snoeihout in de open lucht. Uit het onderzoek blijkt dat bij het verbranden van schoon en droog snoeihout de Europese emissiegrenswaarde van dioxine voor verbrandingsinstallaties wordt overschreden. Bij nat hout liep de overschrijding zelfs op tot een factor dertig. Verder blijkt uit het onderzoek dat een geringe hoeveelheid huishoudelijke afval in het vuur een enorme verhoging van de dioxine-emissie veroorzaakt. Dioxines behoren tot de groep persistente organische polluenten (POP’s). POP’s zijn giftig, slecht afbreekbare stoffen die over grote afstand kunnen worden verspreid. Dioxines stapelen zich op in organismen. Bij mensen kan dit effecten hebben op het immuunsysteem, de hormoonhuishouding, de voortplanting en de neurologische ontwikkeling. Ozon (O3) Bij het verbranden van resthout komen stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen vrij. Onder invloed van zonlicht reageren deze stoffen verder onder vorming van ozon. De concentraties van ozon zijn het hoogst in de zomer, en dan vooral aan het eind van de middag. Ozon kan leiden tot luchtwegklachten en longproblemen en heeft een schadelijk effect op gewassen en natuurlijke vegetatie. Peroxyacetylnitraat (PAN) Bij de fotochemische omzetting van stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen worden naast ozon ook peroxyacetylnitraten (PAN) gevormd. Van PAN is bekend dat het in hogere concentraties soortgelijke effecten als ozon kan veroorzaken, zoals irritaties aan het ademhalingssysteem en bladschade. Koolmonoxide (CO) Bij onvolledige verbranding ontstaat koolmonoxide (CO). Koolmonoxide kan de zuurstofvoorziening in het lichaam negatief beïnvloeden en daardoor bij hoge concentraties een risico vormen voor mensen met hart- en vaatziekten. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) Tijdens de verbranding van resthout worden PAK’s gevormd die op de bodem van de brandplaats achter blijven. Zoals alle koolwaterstoffen bestaan ze uit koolstof (C) en waterstof (H). PAK’s zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij onvolledige verbranding van koolstofhoudende stoffen zoals hout en bladeren. Er zijn honderden PAK’s. De meeste PAK’s zijn giftig en kankerverwekkend. PAK’s worden in de natuur slechts langzaam afgebroken.

Rechtspraak bij dit artikel