Naar hoofdinhoud
De gemeenten in regio Rivierenland hanteren een enigszins terughoudend ontheffingenbeleid voor het verbranden van afvalstoffen buiten de inrichtingen. Aan het ontheffingenbeleid wordt zodanig invulling gegeven dat er door het college van burgemeester en wethouders ontheffing kan worden verleend voor het verbranden van: 1. gerooid hout, met uitzondering van stamhout met een doorsnede van meer dan 25cm; 2. snoeihout dat ontstaat bij het onderhoud van karakteristieke landschapselementen en erfbeplanting indien geen alternatieven beschikbaar zijn; 3. besmettelijk ziek hout. Dus géén ontheffing voor nagenoeg al het snoeihout. 4. Het verbranden van hout genoemd onder de punten 1 en 2 is alleen toegestaan gedurende de periode van 1 november – 1 juni. 5. De ontheffingsaanvraag dient, gezien de wettelijke voorbereidingsprocedure, bij voorkeur vóór 1 september, maar uiterlijk 8 weken vóór de boogde stookdatum te zijn ingediend. 6. De ontheffing wordt gekoppeld aan een concreet aan te geven perceel en de verbranding dient plaats te vinden op hetzelfde perceel waar gerooid is; 7. De ontheffing voor het stoken is voor maximaal twee aaneengesloten dagen geldig binnen het genoemde stookseizoen, waaraan gekoppeld dat bij gebruikmaking van de ontheffing een telefonische melding vooraf dient te gaan; 8. Het is verboden te stoken op zaterdagen en zon- en feestdagen (met uitzondering van ziek hout); 9. Er gelden voorschriften met betrekking tot het aanleggen en omvang van het vuur. Verder dient het vuur vóór zonsondergang uit te zijn. 10. De beleidsregel geldt vanaf 1 september 2007. Half juni 2008 vindt wederom evaluatie plaats met alle betrokken partijen. 11. Last but not least; de gemeenten zetten zich sámen met de branche in op de ontwikkeling van alternatieven. Zo is de branche bereid om mee te doen in proefprojecten. Het doel hiervan is om in de toekomst het verbranden van resthout verder te verminderen.

Rechtspraak bij dit artikel